Je droomt. Ook al wil je dat niet.

Je droomt. Ook al wil je dat niet.

Ik sukkel zelf al enkele jaren met angstaanvallen.

De ene periode heb ik ze beter onder controle dan de andere.

Tot het ergens vorig jaar opnieuw dagelijkse kost werd.

Alleen begon ik iets op te merken.

Er zat een patroon in.

Vooral de week voor mijn menstruatie waren de angstaanvallen enorm.

In samenspraak met mijn psycholoog besloot ik daarom een afspraak te maken bij de gynaecoloog. In eerste instantie eigenlijk vooral om dat te bespreken.

En bij mezelf dacht ik:

Het is toch altijd lang wachten voor je bij een gynaecoloog terechtkunt. Ik neem Gillian gewoon mee en dan bespreken we ineens onze kinderwens en het feit dat het na al die jaren nog altijd niet lukt.

Twee vliegen in één klap.

Niets opvallends

Zo gezegd, zo gedaan.

Het was een gynaecologe waar ik al eens eerder geweest was en bij wie ik me vrijwel op mijn gemak voelde.

Ze nam opnieuw een uitstrijkje en deed een echo.

Niets opvallends.

Al stelde ze zich bij één eileider wel vragen over de doorlaatbaarheid.

Dat moest verder onderzocht worden met een schuimecho.

Alleen deed zij die zelf niet.

En dus kon de mallemolen opnieuw beginnen.

Opnieuw een andere gynaecologe.

Opnieuw iemand nieuw.

Ik zag er eerlijk gezegd tegenop.

Maar we waren nu zover geraakt.

Dus doorzetten was de boodschap.

De schuimecho

Ik werd doorgestuurd naar een gynaecologe die ons ook verder zou kunnen begeleiden mocht fertiliteit nodig blijken.

Gelukkig opnieuw een zeer vriendelijke vrouw.

Zij voerde de schuimecho uit.

En laat mij zeggen: ik vond dat écht enorm pijnlijk.

Maar wonder boven wonder zag alles er prima uit.

Eén eileider zou wat meer achter mijn baarmoeder liggen. Vandaar waarschijnlijk de eerdere verwarring.

Maar de doorlaatbaarheid?

Die was gewoon goed.

OEF.

En vanaf dan werd alles nagekeken.

Echt alles wat kon worden nagekeken, werd nagekeken.

Bij mij.

Bij Gillian.

En eerlijk gezegd zaten wij alle twee gewoon te wachten op:

“DIT is er fout met jullie.”

Klinkt hard.

Maar op een gegeven moment ga je daar gewoon van uit.

Er moest toch iets zijn?

Alleen kwam dat er helemaal niet uit.

Bij ons allebei was alles perfect in orde.

Er was niets aantoonbaars dat kon verklaren waarom zwanger worden na al die jaren niet lukte.

En toen kregen we eigenlijk het beste nieuws dat we op dat moment konden krijgen:

“Jullie zijn het koppel met pech. Jullie hebben gewoon een medisch duwtje in de rug nodig.”

Opluchting.

Opluchting.

Opluchting.

Er was niets mis.

We hadden gewoon pech gehad.

En nu zouden we geholpen worden.

Het zou gaan gebeuren.

Een medisch duwtje in de rug

De opties werden besproken en in samenspraak met de gynaecologe besloten we om voor IUI te gaan.

Kunstmatige inseminatie.

IUI werd ons voorgesteld als het iets mildere traject tegenover IVF.

Heel simpel uitgelegd wordt het zaad dichter bij de eicel gebracht, maar de bevruchting zelf moet nog altijd spontaan gebeuren.

Aangezien er bij ons geen aantoonbare reden was waarom zwanger worden niet lukte, leek dat een heel plausibel duwtje in de rug.

IVF was veel drastischer.

Dit was milder.

Dit konden we.

En vanaf dan ging alles ineens in een razendsnel tempo.

Ik denk dat we ergens in maart of april van dit jaar zaten en ik weet nog dat Gillian en ik tegen elkaar zeiden:

“Amai. De kans dat ik deze zomer zwanger ben, is eigenlijk meer dan reëel.”

En dat geloofden we ook echt.

Minder ingrijpend?

IUI werd voorgesteld als minder drastisch en minder ingrijpend.

Maar om daar meteen alle misverstanden over uit de wereld te helpen:

Ik vond het vanaf het begin zeer ingrijpend.

Je moet je voorstellen dat er eigenlijk geen tijd is.

En daarmee bedoel ik vooral dat je in zo’n periode echt dag per dag leeft.

Dag 1 van je menstruatie: bellen.

Dag 2: bloedafname.

Rond dag 12: opnieuw bloedafname en een follikelmeting.

En op basis daarvan wordt beslist wanneer je terug moet komen voor de inseminatie.

Vaak één of twee dagen later.

Je kunt dus niet weken op voorhand in je agenda zetten:

Dan gaan we proberen een kindje te maken.

Je lichaam bepaalt de agenda.

Wij hebben in die periode vaak tegen elkaar gezegd:

“Gelukkig zijn we zelfstandig.”

Want hoe leg je dit in godsnaam iedere keer opnieuw uit aan je baas?

“Morgen kom ik even niet. Wij proberen aan een kindje te geraken.”

Natuurlijk zou je dat zo niet zeggen.

Maar daar komt het uiteindelijk wel op neer.

En dat was nog maar het praktische gedeelte.

Je droomt. Ook al wil je dat niet.

Mentaal probeer je ondertussen niet te hard van stapel te lopen.

Niet te veel hopen.

Niet te ver vooruitkijken.

Maar hoe doe je dat als je continu in het ziekenhuis bent?

Bloedafname hier.

Follikelmeting daar.

Weer wachten.

Weer een onderzoek.

En telkens op een afdeling waar er naast jou ook zwangere vrouwen in de wachtkamer zitten.

Hoe hard je jezelf ook probeert te beschermen, je bent er continu mee bezig.

En dus droom je.

Ook al wil je dat niet.

Stiekem, onder ons:

“Wat vind jij eigenlijk een mooie naam?”

“Zie je ze hier al ravotten in de tuin?”

“Die kamer vooraan zou eigenlijk de ideale kinderkamer zijn.”

Je probeert jezelf wijs te maken dat je nog nergens vanuit mag gaan.

Maar ondertussen ben je in je hoofd toch al een klein stukje verder.

Want dit was ons duwtje in de rug.

Alles was nagekeken.

Alles was goed.

Dus waarom zou het niet lukken?

Mentaal is zo’n traject echt niet te onderschatten.

Spijtig nieuws

En toen kwam het telefoontje na onze eerste poging.

Mevrouw Baetens, spijtig nieuws. Het is niet gelukt.”

“Bij uw volgende menstruatie belt u opnieuw.”

“Tot ziens.”

Dat was het.

De eerste poging was mislukt.

En zodra mijn menstruatie opnieuw begon, mochten we gewoon weer van vooraf aan beginnen.

Dus dat deden we.

Want alles was nagekeken.

Alles was in orde.

We hadden gewoon pech.

Toch?

Terug naar blog

2 reacties

💛

Evy

Ons verhaal begint natuurlijk helemaal anders dan dat van jullie. Wij zijn twee vrouwen, dus voor ons was van bij het begin duidelijk dat onze kinderwens sowieso medische hulp en donorzaad nodig zou hebben.

Wij hebben nooit die jaren gehad waarin je samen probeert en iedere maand denkt: misschien is het deze keer spontaan gelukt.

En toch herken ik zóveel in wat je schrijft vanaf het moment dat die medische mallemolen begint.

Ook wij begonnen met IUI. En ook wij gingen daar in het begin in met het gevoel: oké, dit is ons duwtje in de rug. Dit is de manier waarop wij hopelijk mama’s gaan worden.

Maar dat woordje “mild”… dat heb ik zelf ook heel anders ervaren.

Want plots bepaalt je cyclus je agenda. Bloedafnames, echo’s, follikels meten, Ovitrelle, inseminatie en daarna dat eindeloze wachten.

En vooral dat mentale stuk herken ik enorm.

Je zegt tegen jezelf dat je niet te veel mag hopen. Dat je realistisch moet blijven. Dat één poging niets garandeert.

Maar ondertussen droom je wél.

Je denkt wél: misschien is dit ons moment.
Misschien ben ik nu zwanger.
Misschien gaat ons leven eindelijk veranderen.

En wanneer het niet lukt, moet je jezelf bij elkaar rapen en opnieuw beginnen.

Wij hebben uiteindelijk vier IUI-pogingen gedaan. Vier keer hoop toelaten en tegelijk proberen jezelf ertegen te beschermen. Tot we op het punt kwamen dat IVF de volgende stap werd.

Onze weg naar een kindje begon dus op een heel andere manier dan die van jullie, maar dat gevoel van hoop, wachten, teleurstelling en telkens opnieuw de moed bijeenrapen… dát herken ik ontzettend hard.

Een fertiliteitstraject is zoveel meer dan “een medisch duwtje in de rug”.

Het kruipt in je hoofd, in je hart, in je relatie en in je dagelijkse leven.

En dat begrijp je volgens mij pas écht wanneer je er zelf middenin zit. ❤️

Anke

Reactie plaatsen

Let op: opmerkingen moeten worden goedgekeurd voordat ze worden gepubliceerd.